Geschiedenis

“De gebeurtenissen in deze historiek mogen nooit verloren gaan, noch voor onze leden, noch voor diegene die na ons de belangen van de brandweerkorpsen uit de westhoek zullen behartigen.”

Zo schreef Ere-commandant-dienstchef Germain D’Haveloose brandweer De Panne; in 1995 ter gelegenheid van het 50 jarig bestaan van de Westhoek

De tweede wereldoorlog (1940-1945) werd een ware ramp voor onze brandweerdiensten en niet in het minst voor de korpsen uit de Westhoek. Het uiterste deeltje van Vlaanderen, gelegen tussen de Noordzee, de Franse grens en de IJzer, kreeg een speciale bezetting van de Duitse soldaten. Deze moesten een verdedigingslinie vormen tegen een eventuele invasie van de geallieerde troepen, die van overzee zouden komen.

De oorlogsjaren 43-44, wanneer bij de bezettingstroepen de vrees voor een inval op het vasteland meer en meer steeg, drukte nog zwaarder op de kustbevolking. Het tekort aan ettelijke waren groeide met de dag. Maar vooral het tekort aan allerhande materialen deed zich voelen. De voortdurende bombardementen op de fabrieken en werkplaatsen, niet alleen in ons land, maar meer nog in Duitsland, brachten mee dat het weinige wat nog geproduceerd kon worden, voor oorlogsdoeleinden moest dienen. Het was te begrijpen dat men geen grondstoffen meer had om brandweermateriaal te vervaardigen. En toch moesten  de brandweerdiensten regelmatig uitrukken om inwoners te beschermen tegen branden, die ontstonden door de neergekomen fosforbommen.

Veel Duitse steden waren praktisch volledig “platgesmeten”, waarbij de brandweerkazernes het zwaar te verduren hadden. Geen nood echter, de Duitse overheid zou nieuw brandweermateriaal gaan halen daar waar het gemakkelijk te krijgen was. En dit waren de bezette gebieden., waar wagens, pompen en werktuigen uit de brandweerkazernes aangeslagen werden en naar de “heimat” overgebracht werden. De Ortskommandanten (plaatselijke militaire bevelhebbers) moesten op bevel van de Militärverwaltung (militair bestuur) te Brussel alle bruikbare materiaal dat niet “hoogstnoodzakelijk” was voor de gemeentelijke pompierskorpsen, opeisen en naar hun geteisterde steden overbrengen. Zo verdwenen, uit onze brandweerstations, de meeste brandweerwagens en -pompen, bijna alle slangen en  allerhande reddingsmateriaal. Onze korpsen moesten zich weten te behelpen met wat er over bleef. Maar wat er restte was versleten en praktisch onbruikbaar geworden.

Wat het oproepen van de manschappen betrof, mocht de sirene enkel nog gebruikt worden voor vliegalarm. De brandweermannen worden dan maar met klokkengeluid samen geroepen. Maar toen in de jaren ‘43 zelfs de klokken uit de kerktorens weggehaald werden,  om kanonnen te gieten, moest men zich behelpen met een kleine handsirene.

De vlucht van de terugtrekkende bezettingstroepen in 1944 bracht mede dat deze soldaten alles wat berijdbaar was begonnen te stelen om zo snel mogelijk weg te geraken. Zo verdwenen uit onze kazernes de laatste auto’s, camions en zelfs de fietsen van de manschappen. De pompiers stonden letterlijk in hun hemd wanneer de oorlog beëindigd was.

Er moest op zoek gegaan worden naar een oplossing en samenwerking tussen de verschillende korpsen was op korte termijn de enige oplossing. Het entrepreneur schap van de inwoners uit de westhoek kwam boven en een paar naïeve pompiers kozen er voor een verbroedering op te zetten, de KVBW was geboren, en bestaat vandaag, meer dan 75 jaar na datum, nog altijd.

DE TIJSLIJN VAN DE KVBW-geschiedenis:

1945  –  HET ONTSTAAN

30 september 1945 de “VERBROEDERING” wordt geboren, dit onder impuls van luitenant Marcel Cloet, dienstdoende bevelhebber van Oostduinkerke.
DOEL WAS => Streven naar onderlinge verstandhouding en vriendschap tussen de korpsen en een eenvormigheid in werking en materiaal bekomen.

  • 8 korpsen traden toe. Adinkerke, Diksmuide, Koksijde, Leke, Middelkerke, Nieuwpoort, Oostduinkerke en Veurne.
  • Een gezamenlijke lijst van tekorten aan materiaal wordt opgemaakt.
  • De officiële naam wordt “Verbroedering van de Brandweerkorpsen der Westkant van Westvlaanderen.
meer info
De korpsen uit de westhoek hadden tijdens de oorlog heel grote branden te bestrijden gehad. Af en toe moest er beroep gedaan worden op de buurkorpsen om deze keer te gaan. Dit was veelal noodzakelijk om te kunnen beschikken over meerdere materiaalstukken die elkaar aanvulden. De beste vervoermiddelen, pompen en werkstukken waren door de Duitsers gestolen. Na de bevrijding werd er ondervonden dat elke afzonderlijk korps zijn eigen manier van werken had, wat soms wel enige onderlinge wrijving mede bracht en niet bevorderlijk was om op een efficiënte manier branden te blussen. Meer nog: er bestond een diep-ingewortelde naïjver tussen de verschillende bevelhebbers, die elk overtuigd waren dat hun eigen korps beter en sneller konden werken dan hun collega’s. Daarbij kwam nog dat de koppelingen van de slangen, die achtergelaten werden door de bezetter, meestal van een verschillend type waren, zoals “Normal Belge”, “het Brussels systeem”, “Stotz-aansluitingen” of nog “Britse raccords”, wat de samenwerking niet bevorderde. Het gebrek aan materiaal en uitrusting was een ware nachtmerrie. Er moest een oplossing gezocht worden voor al die problemen, die zich duidelijk lieten voelen.
DE GEBOORTE VAN DE WESTHOEK .
Het was onder impuls van Luitenant Marcel Cloet, toen dienstdoende bevelhebber van het centrumkorps Oostduinkerke dat de kommandanten van de Westhoek de koppen bij mekaar staken.
Waarnemend kommandant Cloet belegde een vergadering in Café Leopold aldaar, waar afgevaardigden bijeenkwamen uit volgende gemeenten: De Panne, Diksmuide, Koksijde, Middelkerke, Nieuwpoort en Oostduinkerke. Dit gebeurde op 30 September 1945. Er werd bepaald dat er bij een der eerstvolgende bijeenkomsten een vereniging zou gesticht worden met als doel: het streven naar onderlinge verstandhouding en vriendschap tussen de korpsen en een eenvormigheid in werking en materiaal te bekomen.
Een voorlopig bestuur werd gevormd, waarvan volgende personen deel uitmaakten: Voorzitter: Kdt. Charles Vinck uit Diksmuide, Secretaris: Kdt. Pierre Provoost uit Nieuwpoort, Leden: Kdt. Oscar D’Haveloose uit De Panne, Kdt. Oscar Vandamme uit Koksijde, Kdt. Jan Cools uit Middelkerke, Kdt. Albert Boeve uit Veurne. Als raadgevend lid werd Luitenant Marcel Cloet uit Oostduinkerke aangesteld.
Als voorlopige benaming werd er geopteerd voor: “Verbroedering van de Brandweerkorpsen der Westkant van Westvlaanderen”. Er grijpt een tweede vergadering plaats op 28 oktober 1945, waar er beslist wordt alle brandweerkorpsen uit het Arrondissement Veurne-Diksmuide uit te nodigen.

De feitelijke start van de verbroedering kan vastgesteld worden op:25 november 1945. Volgende korpsen waren op de bijeenkomst aanwezig: Adinkerke, Diksmuide, Koksijde, Leke, Middelkerke, Nieuwpoort, Oostduinkerke en Veurne.
Wegens onvoorziene omstandigheden konden niet tegenwoordig zijn de korpsen van: De Panne, Lo, Merkem en Reninge, die echter allen wel reeds hun aansluiting medegedeeld hadden.
Kdt. Georges Deschepper, die de opvolger geworden was van de intussen overleden Kdt. Albert Boeve, vertegenwoordigt het korps van Veurne. De vereniging omvat nu reeds 12 brandweerkorpsen. Er werd beslist:
– Een gezamenlijke lijst te maken van tekorten aan materiaal.
– Een lidgeld te vragen van 1,– frank per inwoner met een minimum van 500,– fr.
Dat lidgeld was, voor die tijd, extreem hoog. Geen enkel korps kon die som betalen en de vereniging moest voor het dekken van haar kleine lopende onkosten, voortdoen met de giften van enkele gunstig gezinde officieren.

Er grijpt een nieuwe bijeenkomst plaats op 20 januari 1946, waar beslist wordt het voorlopig bestuur in haar functie te bevestigen.
Na de beloftevolle start begint de ijver te verwateren. Men komt niet meer bijeen. De “Westhoek” valt stil.

1947  –  NIEUWE START

Er wordt een overeenkomst tussen de toegetreden korpsen gemaakt met de afspraak om samen materiaal aan kopen.
Het lidgeld blijkt een probleem te zijn en de verbroedering draait verder met de giften van enkele gunstig gezinde officieren.

meer info
Tijdens de vroege na-oorlogse periode was het heel moeilijk om aan materiaal te geraken. Elk korps probeerde op zijn eentje de diensten van het Ministerie van Binnenlandse zaken te bewerken om aan recuperatiemateriaal te geraken. Iedere bevelhebber dacht wel een of andere connectie te hebben, die hem vooruit kon helpen, dit was echter tevergeefs.
Het zou beter zijn “en bloc” een vragenpakket in te dienen. Daarom riep Kommandant Jan Cools, bevelhebber te Middelkerke, in 1947 de “Westhoek” terug samen voor een nieuwe start.
Er werd heen en weer geschreven naar de diensten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken te Brussel, er werden bezoeken gebracht aan de Heer ir. Lebrun, die dan Inspecteur Generaal was en aan de Heer ir. Leonard, diensthoofd “Materiaal”, enz. Met medehulp van Majoor Paul Meert, die de verdeling van het gerecupereerde materiaal afkomstig van het Engels leger coördineerde, werd voldoening bekomen. Het ene korps kreeg een autopomp, het andere een tankwagen, een derde een materiaalcamion; velen bekwamen zware of draagbare motorpompen en bijna overal verschillende slangen, lansen, verdeelstukken, enz.
Gezien Kdt. Charles Vincke en Kdt. Albert Boeve overleden waren, moest er uitgezien worden om het bestuur te versterken.
In 1950 zag het bestuur er als volgt uit:
Voorzitter: Kdt. Jan Cools (Middelkerke)
Ondervoorzitter: Kdt. Oscar D’Haveloose (De Panne)
Secretaris: Kdt. Pierre Provoost (Nieuwpoort)
Leden: Kdt. Lucien Wybouw (Gistel), Kdt. Georges Deschepper (Veurne) Olt. Germain D’Haveloose (De Panne

Na het overlijden van Kdt. Pierre Provoost wordt brandweerman Maurice Deschacht uit Middelkerke tot secretaris benoemd.
Op initiatief van dit bestuur worden jaarlijks gecombineerde oefeningen gehouden, waarbij een viertal korpsen gezamenlijk een fictieve brand bestrijden. Deze gewestelijke oefeningen worden regelmatig bijgewoond door de Provinciale Brandweerinspecteur en door de voorzitter of een afvaardiging van de West-Vlaamse Brandweerbond, hetgeen hun interesse voor de Verbroedering aantoont. Deze oefeningen waren toen uniek voor de Belgische brandweer, de Westhoek is en blijft een pionier in de geschiedenis van de brandweer.
Tweemaal per jaar komen de leden in algemene vergadering bij elkaar, telkens met een voordracht over een vakkundig thema.
Lijkt dit niet zeer sterk op de voortgezette opleiding van vandaag? Op dit gebied was en is de KVBW een pionier in Vlaanderen.

1950 – ORGANISATIE VAN GEWESTELIJKE OEFENINGEN

Jaarlijks worden er gecombineerde gewestelijke oefeningen gehouden, waarbij een viertal korpsen gezamenlijk een fictieve brand bestrijden. Deze oefeningen worden regelmatig bijgewoond door de Provinciale Brandweerinspecteur. Er wordt geprobeerd om dit initiatief verder uit te breiden.
Nieuw bestuur wordt verkozen.

1956  –  KOSTELOZE WEDERZIJDSE HULPVERLENING

Ondertussen zijn reeds 12 korpsen toegetreden tot de westhoek. (De Panne, Lo, Merkem en Reninge ondertekenen eveneens de overeenkomst)
Samenwerking tussen de toegetreden korpsen wordt uitgebreid met:

  • Kosteloze wederzijdse hulpverlening è in 1962 wordt dit initiatief door het provinciebestuur opgenomen en worden er gesprekken gestart met alle gemeentes uit de provincie West Vlaanderen.
  • We lezen in een verslag ook volgende “de spoedigste hulpverlening te kunnen verwezenlijken, die als dan zeer dringend en noodzakelijk is. De doeltreffende hulp is wel dezen van korpsen die in een korte omtrek gelegen zijn, spoedig ter plaatste zijn.” zijn dit niet de fundamenten van de hedendaagse snelle adequate hulp die toen reeds bedacht werden in de Westhoek?

De standregels van de KVBW worden bepaald en uitgeschreven door het bestuur.

meer info
De brandweerkorpsen in België waren reeds sinds 1936 ingedeeld in gewestelijke groepen, maar in feite was er nog geen akkoord tussen de gemeenten van elke groep over de manier van optreden in de buurgemeenten.
De Hogere Overheid had nog altijd geen specifieke richtlijnen gegeven, zodat bij elke oproep om hulp te verlenen in een andere gemeente dan deze waarover men bevoegdheid had, er eerst toestemming moest bekomen worden van beide buurgemeenten (in casu van de twee burgemeesters) om een ander korps te gaan bijstaan. Dit bracht natuurlijk niet alleen een enorm tijdverlies mede, maar nadien ook veel strubbelingen in verband met het betalen van de prestatie-uren.
De “Verbroedering van de Brandweerkorpsen uit de Westhoek” streefde reeds geruime tijd om eenvormigheid van materieel en optreden te bereiken tussen de aangesloten gemeenten. Na herhaalde interventies in de Westhoek, waarbij de verscheidene korpsen elkaar dienden te ondersteunen en hulp te bieden, wordt door de verbroedering beslist om de gemeentebesturen te vragen gratis hulpbetoon af te sluiten.
Het waren vooral Cdt. Jan Cools en Cdt Oscar D’Haveloose die bij de verschillende gemeentebesturen aandrongen om dit initiatief ook in hun gemeente in te voeren. Het duurt nog enige maanden vooraleer iedere gemeente overtuigd is van de noodzakelijkheid van deze gratis tussenkomst, De verschillende gemeenteraden verlenen een gunstig advies waarbij een beslissing in die zin volgde. De kosteloze wederzijdse hulpverlening in de 12 gemeentes van de westhoek is een feit medio 1956.
De nadien nieuw-aangesloten korpsen volgen later eveneens.
Dit hield dus in dat, op simpele vraag van de bevelvoerende overste, de nabuurkorpsen in geval van brand, ramp of onheil, hun brandweermateriaal ter beschikking stellen van het korps van de gemeente waar de interventie moest plaats grijpen. En dit alles onbezoldigd!
Dergelijke overeenkomst was nergens anders in ons land te vinden, meteen een westhoek-unicum in België. De toenmalige gouverneur van de provincie West Vlaanderen, Baron Pierre van Oudtryve d’Ydewalle, heeft met veel interesse deze werking inzake hulpverlening in de Westhoek gevolgd. Hij wil, op voordracht van de Heer Kommandant Alfons Geers, brandweerinspecteur voor onze provincie, deze gratis hulpverlening uitbreiden tot alle centrumkorpsen uit West-Vlaanderen. Hij verzoekt bij schrijven dd. 12 december 1962 aan de betrokken gemeentebesturen een zelfde akkoord af te sluiten, wat dan ook gebeurde.
Om nog rapper te kunnen optreden en alle misverstanden of valse oproepen te vermijden verzoekt de inspecteur alle Kommandanten om bij hun aanvraag om hulp een codewoord te gebruiken. Om zich als korpsoverste kenbaar te kunnen maken moesten zij het geheime codewoord “water en vuur” gebruiken bij hun telefonische oproep. Gezien echter bij de brandweer iedere dienstchef de andere goed kent, werd deze manier van alarmeren praktisch nooit gebruikt.
In 2009 staan de brandweerdiensten aan de vooravond van de grote hervorming, de nieuwe zones liggen vast en worden binnenkort werkelijkheid. de brandweerzone westhoek wordt officieel voorgesteld
We stellen vast dat, jaren terug, de KVBW reeds de basis vormde voor de zonevorming van vandaag.

6 mei 1956 – STATUTEN of HUISHOUDELIJK REGELMENT
Er moet een keuze gemaakt worden, wordt het een feitelijke vereniging of een VZW ?
Het oprichten van een VZW blijkt niet zo simpel te zijn.. Er moet een officiële akte door een Notaris opgesteld worden die in het Staatsblad moet verschijnen. Een complete ledenlijsten in alfabetische orde opmaken en bij de Rechtbank indienen. Elk boekjaar een financieel verslag overmaken bij de Griffie van de Rechtbank van Eerste aanleg. In geval van laattijdig indienen van deze stukken wordt een Proces Verbaal opgemaakt en kan de vereniging ontbonden worden of in faling gesteld worden.
Op basis van de administratieve rompslomp en de hoge financiële kosten om dit rond te krijgen beslist het bestuur om een “HUISHOUDELIJK REGLEMENT” op te stellen. De standregels van de vereniging worden voorgelegd aan het bestuur en goedgekeurd. Niettegenstaande de bepalingen van dit reglement, dient toch gemeld te worden dat alle leden van het bestuur hun mandaat volledig onbezoldigd uitvoeren en hiervoor dus nooit enige vergoeding hebben of zullen ontvangen.

BRANDWEERKORPSEN VAN DE WESTHOEK.
Standregels (1956)
1. Een vereniging van Brandweerkorpsen wordt gesticht met als benaming ‘’Brandweerkorpsen van de Westhoek’’ Deze vereniging omvat de korpsen van Adinkerke, De Panne, Diksmuide, Gistel, Koksijde, Leke, Lo, Merkem, Middelkerke, Nieuwpoort, Oostduinkerke, Reninge en Veurne.
2. Tot deze vereniging kunnen nieuwgestichte korpsen in de omschrijving van het gebied automatisch toetreden bij het verbond. De stemming geschiedt per korps. Beslissingen worden goedgekeurd enkel bij aanwezigheid van tenminste de helft van de leden. Echter, zo de vereniging, bij een eerste bijeenroeping, niet in voldoende getal is, mogen bij een tweede bijeenroeping aanwezige leden, welke ook hun getal zij, beslissen, doch enkel over de punten die voor de tweede maal op de dagorde werden gebracht. Ieder beslissing wordt bij stemmeerderheid getroffen. Bij staking van stemmen, is de stem van de bevelhebber overwegend.
3. Tot de vergadering worden uitgenodigd: de bevelhebbers, de officieren en de afgevaardigden door de bevelhebber aangeduid.
4. Het doel van de vereniging is een nauwer band van vriendschap en samenwerking te stichten onder de aangesloten korpsen. Het streven naar een eenvormigheid van materiaal en werkwijzen. Het kosteloos verschaffen van onderlinge hulp bij eventuele branden en rampen. Het geven van leerzame voordrachten bij de aangeslotenen door een bekwame kracht. Bespreken en medehulp bij oplossen van moeilijkheden, die zich in een korps kunnen voordoen door wettige voorlichtingen. Inrichten van gemeenschappelijke reizen naar congressen of leerzame instellingen. Het inrichten van gewestelijke en gecombineerde oefeningen, gevolgd van besprekingen en eventuele lesgeving of voordracht. De uitwerking van deze doeleinden gebeurt steeds in een geest van samenwerking met de bestaande hogere instanties, bij wie raad en advies wordt ingewonnen.
5. Het bureel is samengesteld uit een voorzitter, een ondervoorzitter, een secretaris en of de afgevaardigden bij de comités van de Koninklijke federatie, van de K.W.V.B. en de technische commissies. Alle briefwisseling voor eventuele vragen of voor te dragen punten, moeten gericht worden aan de voorzitter. Het ambt van voorzitter en ondervoorzitter is verkiesbaar om de twee jaar voor één der beide leden. De secretaris blijft zijn functie waarnemen. Nochtans kan de secretaris afgesteld en vervangen worden bij beslissing van de algemene vergadering indien blijkt dat deze functie niet degelijk vervuld wordt.
6. Er zullen minstens vier vergaderingen per jaar plaatshebben waarvan de datums telkens vooraf bepaald wordt op het einde van ieder voorafgaande bijeenkomst. Bij dringende gevallen zal het bureel de bijeenroeping van een bijeenkomst voor bijkomende vergaderingen beslissen
7. Ieder aangesloten korps betaalt een minimum bijdrage, die jaarlijks zal vastgesteld worden, voor dekking van de bestuurlijke uitgaven.
De standregels kunnen altijd gewijzigd worden door de meerderheid van de algemene vergadering.

Goedgekeurd in de algemene vergadering gehouden op het stadhuis van Lo, op zondag, 6 mei 1956.
De secretaris, De ondervoorzitter, De voorzitter,
Provoost P. D’Havelooze G. Cools J.
Gewijzigd en opnieuw goedgekeurd in de algemene vergadering gehouden te Merkem, op zaterdag, 11 juni 1960.
De secretaris, De ondervoorzitter, De voorzitter,
Provoost P. D’Havelooze G. Cools J.

1957  –  EERSTE OPLEIDINGEN

De westhoek neemt het initiatief om een opleidingstraject voor de brandweer op te starten

  • Cursus onderluitenant wordt ingericht
    • 8 lessen van 2 uur
    • Lessen te volgen in uitgangstenue
    • 5 lessen verplicht aanwezig
    • 65 kandidaten bieden zich aan
meer info
Een ander tekort werd vastgesteld: n.l. het gebrek aan degelijke cursussen en opleiding.
Er bestonden wel leergangen tot het bekomen van het brevet van kandidaat-officier van lagere, middelbare en hogere graad, die door het Ministerie van Binnenlandse Zaken ingericht werden. Wat betreft echter de opleiding van het lagere kader was er nergens gelijkluidendheid te vinden. In sommige korpsen werden er afzonderlijke lessenreeksen en trainingen gegeven door onderofficieren, doch er was geen eenvormigheid te bespeuren in deze cursussen.
Het was opnieuw de “Westhoek” die voor het eerst in ons land in 1960 een gezamenlijke cursus voor kandidaat-onderofficieren samenstelde en die lessen inrichtte. Voor de eerste cursus voor kandidaat-onderofficieren boden zich 65 pompiers aan, waarvan er 45 het brevet behaalden. Dit toonde zekerlijk de noodzaak van deze cursus aan. De lessensessies gingen gedurende zes weekends door, telkens op de zaterdagnamiddag en de zondagvoormiddag in een leslokaal, ter beschikking gesteld door de brandweerkorpsen van De Panne, Nieuwpoort en Diksmuide.
In de briefwisseling en het lessenrooster van toen der tijd stonden ook de nodige richtlijnen voor de bevelhebbers en de deelnemers. Zo moest het uitgangskostuum zowel door de lesgevers als de deelnemers gedragen worden en moesten de cursisten zich zelf van papier en schrijfgerief voorzien. De lessen gingen door op zondag voormiddag van 10 tot 12u.
Of iedereen altijd na de les recht naar huis ging is niet geweten en wordt ook nergens vermeld.
Om deel te mogen nemen aan het examen moest men 5 van de 8 lessen aanwezig zijn. 50% behalen was de grens om te slagen in het examen.
Na de eerste cursus werden de brevetten persoonlijk overhandigd door de Heer Gouverneur van de Provincie in tegenwoordigheid van verschillende burgemeesters. Dit gebeurde in het stadhuis te Nieuwpoort.
Al deze cursussen werden ieder jaar opnieuw gegeven tot in 1973. Daarna is deze opleiding verdergezet door de provinciale brandweerschool.

De basis voor de brandweerscholen in België is geboren, dit gebeurt hier in onze westhoek

1959 – VOORSTELLING VAN DE VERBROEDERING

In de Belgische brandweerman verscheen een artikel omtrent de verbroedering, het schetst de familiebanden tussen de verschillende brandweer federaties. Maar zoals het in iedere familie voorkomt zijn er ook een aantal rebelse kinderen te vinden. De westhoek zou daar 1 van zijn, met een knipoogje naar “bachten de kupe” wordt omschreven wie de verbroedering is en waar ze voor staan.

artikel in de Belgische Brandweerman
DE WESTHOEK LEEFT

De brandweer in België vormt één grote familie, waarvan alle leden doordrongen zijn van plichtbesef en naastenliefde.
Als we gans de familiestamboom nazien, kunnen we deze als volgt indelen:
De stamvader is wel de Koninklijke Brandweerfederatie, die het roer van de familieboot sterk in handen houdt.
De kinderen zijn de provinciale brandweerbonden, die alles in het werk stellen om in hun familiestek een grote samenhorigheid te bewerken.
De kleinkinderen, dit zijn de plaatselijke brandweerkorpsen elk met hun moeilijkheden en hun tegenkomsten. Allen wroeten en werken ze om, in volledig familieverband hen te vervolmaken en te pogen een toonbeeld te zijn voor hun medefamilieleden – omringende-korpsen.
Echter, zoals dit in elke goede familie gebeurt, kunnen zich hier bij ons ook kleine clans vormen, die zich samen bundelen, nu en dan op familiefeestjes samenkomen, en door vriendschapsbanden en samenwerking de verwantschap dichter aan te snoeren.
Dit is ook gebeurd in de WESTHOEK.
De Westhoek, dit is het uiterste hoekje van België tussen de Noordzee en de Franse grens, misschien wel beter gekend onder de benaming “Bachten de Kupe”. Kunnen we oogen op onze toeristische mogelijkheden door strand en duinen, kunnen we onze landgenoten overtroeven met onze goede boter uit het Diksmuidse, kunnen we stoefen op onze oorlogsdaden als het standhouden tegen de vijand in 1914-1918, dan hebben we sedert enkele jaren een nieuwe parel aan onze kroon: de VERBROEDRING VAN DE BRANDWEERKORPSEN UIT DE WESTHOEK.
Wat is nu die Verbroedering ?
Het is een samenbundeling, onder toezicht van de Koninklijke West-Vlaamse Brandweerbond, van 12 brandweerkorpsen uit de Westhoek, nml.: Adinkerke, De Panne, Diksmuide, Leke, Lo, Middelkerke, Nieuwpoort, Oostduinkerke, Reninge, Veurne en Merkem, welk zich tot doel gesteld hebben een nauwer band van vriendschap en samenwerking te stichten onder de aangesloten korpsen. Zij streven naar éénvormigheid van materiaal, geven onder elkaar leerzame voordrachten, bespreken hun moeilijkheden en trachten deze samen op te lossen, richten gemeenschappelijke vakkundige reizen in, doen aan gekombineerde oefeningen, kortom, vormen één kleine familie, die elkaar begrijpen en steunen.
Wat heeft de Verbroedering uit de Westhoek reeds bereikt?
Vooreerst heeft zij een kursus ingericht voor kandidaat-onderofficieren. Na zeven zondagen lessen te hebben gevolgd heeft de Heer Inspecteur Geens ons de grote eer gegund persoonlijk de brevetten te komen overhandigen aan een veertigtal geslaagden. Het departement van Binnenlandse Zaken heeft ons verzocht een eksemplaar van de kursus te overhandigen om deze, mits enkele gegronde wijzigingen, te gebruiken als leidraad voor een algemene kursus voor onderofficieren, welke over het ganse land zou verspreid worden.
Meer nog, de twaalf gemeentebesturen hebben bij middel van hun gemeenteraad, een onderling akkoord afgesloten waarbij elke gemeente zich verbindt GRATIS hulp te verlenen, bij brand of onheil, aan de aangesloten gemeenten; wanneer dit nodig mocht blijken.
Zo hebben reeds verschillende korpsen kunnen uitrukken om naburige gemeente te helpen bij het bestrijden van brand, het opzoeken van vermisten, het helpen bij stormschade enz, enz.
Kan er een mooier bewijs geleverd worden van vriendschapsband en familiegeest?
Het uiterste hoekje van België leeft en werkt en hoopt dat alle andere gewesten hun mogen navolgen.
Geen ijdele woorden, doch daden.
De brandweer staat steeds paraat; doch wanneer de krachten samengebundeld worden; staan wij dubbel sterk.

Luit. G. D’Haveloose
De Panne

1960  –  ERKENTELIJKHEIDSPREMIE

Het toenmalige bestuur van de Westhoek ging in die tijd bij de gemeentebesturen lobbyen om voor de pompiers die de pensioen gerechtigde leeftijd van 60 jaar bereikten een erkentelijkheidspremie te voorzien. Er werd een formule voor de berekening voorgesteld en na een paar vergaderingen kreeg de westhoek groen licht van een aantal gemeentes. Deze premie is door de meeste gemeentes in die tijd ingevoerd. De erkentelijkheidspremie is blijven bestaan.

1960  –  DE BASIS VAN DE BRANDWEERSCHOOL

Het ministerie binnenlandse zaken vraagt, bij het bestuur van de westhoek, een copy van cursus onderluitenant, Deze cursus wordt als basis voor een nationale cursus gebruikt;
Het bestuur wil nog een stap verder gaan in de opleidingen en beslist om ook voor de brandweermannen een cursus voor te bereiden.

1962  –  AMBULANCE BIJ DE BRANDWEER

Volgend op de beslissing van 1960 om ook voor brandweermannen een cursus in te richten en kort na de opstart van de ambulance dienst 900 beslist de KVBW om ook voor de ambulanciers de nodige scholing te organiseren.

meer info
In 1962 werd er dan, door de KVBW, gestart met een cursus voor ambulancier “900” en dit onder de auspiciën van en met lesgevers, aangeduid door het Rode Kruis van België.
Deze cursussen werden in 1973 georganiseerd door de KVBW, daarna is deze opleiding verdergezet door de provinciale brandweerschool Wobra.
Ook wat betreft de permanente vorming probeert de KVBW op geregelde tijdstippen de thema’s voor de studieavonden zodanig te kiezen dat zowel brandweermannen als ambulanciers hier een extra mogelijkheid krijgen om hun kennis en kunde verder aan te scherpen.
Diverse thema’s zoals prioritair rijden, brandwonden, handelen bij traumatische gebeurtenissen, elektrische wagens, risico’s bij IGS, gevaren van munitie, …… Deze bijscholingen worden uiteraard ook opengesteld voor diensten uit de diverse brandweerzone’s.
Om het sociale aspect, die in onze hedendaagse maatschappij aan meer en meer aan het verdwijnen is, te ondersteunen kiezen we ervoor om de thema’s van de studieavonden zoveel mogelijk toegankelijk te maken voor zowel ambulance- als brandweerpersoneel. We kiezen er ook altijd voor om dit te organiseren in een kazerne en in samenwerking met een korps. Dit kan en zal alleen maar de band tussen de KVBW en de posten versterken.

1964  –  UITREIKING VAN BREVETTEN

In 1964 worden de brevetten van de cursisten die de cursus onderofficier volgden uitgereikt door de brandweerinspectie, in naam van het Ministerie van Binnenlandse zaken.

1966  –  OPRICHTING AFDELING ERE-POMPIERS

Een aantal officieren die op rust gesteld zijn komen met het voorstel om ook voor de ere pompiers iets op te zetten. Men startte met een gezellig samen zijn in de namiddag. Meestal ging dit gepaard met een prijskaarting in het manillen. De namiddag werd afgesloten met een traktaat bestaande uit “é koekestutte met kaffie”. Na een tweetal jaar viel deze werking even stil. In 1974 werd de draad terug opgenomen. Het lidgeld bedroeg toen 50 fr per erelid.

1969  –  INITIATIEF 1956 OOK ELDERS IN DE PROVINCIE

Het principe van de kosteloze wederzijdse hulpverlening is ondertussen in volle ontwikkeling in de andere gemeentes van de provincie West Vlaanderen. In 1969 zijn reeds 3/5 van de korpsen toegetreden tot dit werkingsprincipe.

1970  –  KVBW BESTUUR ONVERMOEIBAAR ?

Het bestuur van de verbroedering blijft onvermoeid verder werken aan de ontwikkeling van het brandweerlandschap in de westhoek. Op vele vlakken zijn de toenmalige officieren toonaangevend op gebied van afspraken betreffende vergoedingen voor de brandweerman, organiseren van oefeningen,  (die in vele gevallen zonaal georganiseerd worden); inrichten van studiemomenten, banketten en gezellige samenkomsten onder brandweermannen.
Ondertussen is de verbroedering uitgegroeid tot 19 korpsen uit de westhoek (waar men oorspronkelijk met 8 korpsen van start ging)

1974  –  DE BRANDWEERSCHOOL, OOK EEN BEETJE KVBW?

De provinciale brandweerschool van West Vlaanderen (thans WOBRA) wordt opgestart

  • de Cursussen van de westhoek zijn de basis van de nieuwe opleidingen in de brandweerschool.
  • Ook de eerste generatie lesgevers aan de provinciale brandweerschool komt uit onze westhoek
meer info
Na de oprichting vzw “Provinciale Brandweerschool van West-Vlaanderen” (thans de WOBRA) in 1974 werden deze lessenreeksen over gans de provincie verspreid. De bestaande cursussen van de Westhoek werden hierbij als handleiding gebruikt voor het opmaken van de officiële syllabus. De officieren uit de Westhoek, die inzake deze lessen reeds veel ondervinding hadden werden opnieuw aangesproken om in de provinciale school te doceren.
Het is zo ver gekomen dat sinds jaren, ingevolge de nieuwe bepalingen door het Ministerie van Binnenlandse Zaken opgelegd, er in de gemeentelijke brandweerdiensten niemand meer effectief kan benoemd worden zonder het brevet van aspirant-brandweerman behaald te hebben. Om tot Korporaal of Sergeant bevorderd te worden met men met vrucht geslaagd zijn in het examen kandidaat-gegradueerde.
Gezien nu meerdere provincies over een erkende brandweerschool beschikken werd door het M.B.Z. een pakket modulen opgemaakt voor deze lessen, gaande van de leergangen voor Korporaal tot Adjudant.
Het grote voorbeeld van een “ECHTE” brandweerschool werd meer dan dertig jaar geleden gegeven door de “Westhoek”.

1975  –  SNELST ADEQUATE HULP ?

De gemeentefusies voorzien in 1976 doen de westhoek korpsen beven op hun grondvesten. De verbroedering neemt initiatief en roept de commandanten van de westhoek samen. Er wordt een gezamenlijk standpunt ingenomen; “alle posten moeten behouden worden”.  Na overleg wordt een brief verstuurd naar het provinciebestuur met de eisen van de korpsen om te blijven bestaan. Er wordt ook verder gedacht en de grondbeginselen van wat later “snelste adequate hulp” zal noemen, worden in de brief opgenomen. Zo lezen we “Bij de organisatie van de brandweerdiensten is de snelheid waarmede de hulpverlening op gang kan komen van primordiaal belang. Diensvolgens dient het korps dat operationeel het dichts bij de plaats van de ramp gelegen is, in eerste instantie uit te rukken”. Verder lezen we dan de eis “bij de fusies van de gemeenten dienen de huidige bestaande brandweerkorpsen  behouden te blijven. Geen enkel korps zou mogen afgeschaft worden.
En zo geschiede, de posten bleven behouden en in een aantal gevallen werd het principe van de dichtst bijzijnde posten ook toegepast. Mogen we stellen dat de KVBW ook hier zijn strepen heeft verdient.
Ook op het gebied van de kazernering deden de toenmalige gemeentebesturen grote inspanningen. Net voor de fusie wordt fors geïnvesteerd in de huisvesting van de brandweer.  Zo was er in 1975 opening van nieuwe of uitgebreide kazernes in Middelkerke, Watou, Reninge, Roesbrugge en Gistel.

1976  –  BRANDVEILIGE DANCING

Het toenmalige bestuur neemt het initiatief om regels brandveiligheid in kleine dancings, zeer specifiek voor onze kust, op te zetten. Er was voor dancings kleiner dan 100m² geen reglementering, de Westhoek nam hieromtrent de nodige initiatieven.

1977 – 1979  –  EEN DIPJE

In de jaren volgend op de fusies is de werking van de KVBW zo goed als nihil. Een dipje, maar zoals we de inwoners van de westhoek kennen blijft men niet bij de pakken zitten en wordt er langzaam gezwoegd om uit het dal te komen. In 1980 zijn we er terug bovenop en bloeit de werking terug op.

1980  –  CONTACTMANNEN

De verbroedering wil de band met de basis in de korpsen verbeteren, men gaat op zoek naar een systeem en komt op een communicatie tussen bestuur en brandweermannen uit. De werking “contactmannen” wordt opgestart.

meer info
De basis van een goede werking wordt in om het even welke maatschappij gevormd door de leden zelf. In iedere vereniging moet er kunnen gerekend worden op de medewerking van de gewone leden. Dit is zeker zo bij de brandweerdiensten. Bij een interventie is er een leiding nodig, maar het zware werk ter plaatse moet door de gewone pompiers uitgevoerd worden. De goede afloop hangt af van de inzet en de bereidheid van alle brandweermannen van laag tot hoog, van brandwacht tot commandant.

Ook de “Westhoek” heeft dit ingezien.

Het toenmalige bestuur koos er voor om een groep manschappen samen te brengen, de contactmannen. Deze brandweermannen (3 tot 4 per post) werden door hun dienstchef aangesteld. Zij vormen de kern van een goede werking. Zij zijn de verbindingsmannen tussen het bestuur en de leden uit de verschillende korpsen.
Minstens twee maal per jaar komen zij bijeen om de werking te bespreken, opbouwende kritiek te doen, voorstellen voor verbetering in te brengen, nieuwe activiteiten voor te stellen en te helpen bij de geplande vergaderingen, demonstraties, vakkundige reizen, enz.
Toen moest er nog per brief gecommuniceerd worden, iedere brandweerman een brief sturen was niet haalbaar (ook financieel niet) het was ook de taak van de contactmannen om deze info (zoals uitnodigingen, agenda’s, enz) te delen met de collega’s in de posten.
De contactmannen hebben eveneens op zich genomen om de manschappen in elk korps te motiveren en aan te sporen om zich in te zetten voor hun medemakkers.
Het is dankzij de werking van deze contactpersonen dat de “Westhoek” uitgroeide tot de bloeiendste afdeling in de West-Vlaamse en nationale brandweerorganisaties.
Maar de tijden veranderen snel, de ingang van het “computer tijdperk” en de vele elektronische communicatiemogelijkheden van vandaag de dag hebben de contactmannen een stuk minder noodzakelijk gemaakt. De e-mail helpt ons om direct vanuit de KVBW met alle manschappen te communiceren..

1982  –  ORGANISEREN VAN UITSTAPPEN

Bij de oprichting van de verbroedering was de onderlinge verstandhouding en vriendschap een basis, dit wordt nu verder uitgebreid. Jaarlijks worden 2 uitstappen georganiseerd:

  • in de lente enkel voor de manschappen en dit louter met een technische inslag
  • In het najaar, samen met de partners, en met het doel vriendschapsbanden met collega’s uit andere korpsen aan te knopen of te verbeteren.
meer info
De toenmalige voorzitter, Olt H Deheegher uit Roesbrugge, wilde verruiming brengen in de werking van de verbroedering. Hij wilde regelmatig contact opnemen met binnen– en buitenlandse brandweer– en hulpdiensten dit om hun kazernes te bezoeken en hun werking te bekijken, nieuwe materialen te leren kennen en last but not least vriendschapsbanden aan te knopen.
Er werd gestart met 2 uitstappen:
· in de lente enkel voor de manschappen en dit louter met een technische inslag
· In het najaar, samen met de partners, en met het doel vriendschapsbanden met collega’s uit andere korpsen aan te knopen of te verbeteren.
Bij de eerste uitstappen waren 25 à 30 deelnemers aanwezig, maar dit aantal groeide zeer snel uit tot meer dan 100 deelnemers.

De uitstappen in het najaar, die al snel familie uitstap werd genoemd, lag toen zo goed in de markt dat er al snel beslist werd om er een weekend uitstap van te laten maken. Van onze noorderburen, via de Moezel, naar de Calvados. Maar ook de Champagne staan op onze lijst, en deze laatste werd de favoriet en zodoende regelmatig bezocht.

Met de lente uitstappen of studiereizen brachten we ondermeer een bezoek aan het atoomcentrum en kerncentrale van Doel, het lescentrum van de Duitse Brandweerdiensten, de brandweerkazernes van Eindhoven, Communauté Urbaine de Dunkerque, Utrecht, Epernay, beroepsbrandweer stad Luxemburg. de luchthaven brandweer Zaventem, enz. maar ook het militair opleidingscentrum van de zeemacht te St Kruis, het trainingscentrum voor de brandweer te Vlissingen, de ESSO raffinaderij te Antwerpen, het brandwondencentrum van Neder over Heembeek stonden op ons programma.

Deze uitstappen waren tot 2015 een traditie in onze Westhoek, helaas was er de laatste jaren steeds minder opkomst en besliste het bestuur om de familie uitstappen voorlopig niet meer te organiseren.
Voor de studiereizen is er nu even pauze ingelast, de druk bij de brandweermannen is op vandaag al zeer groot dat er besloten werd om studiereizen niet meer op regelmatige basis te organiseren. Als er zich interessante mogelijkheden aanbieden, dan zal de KVBW dit uiteraard onderzoeken.

1984  –  DE BASIS BETREKKEN

Tot 1984 zijn het hoofdzakelijk officieren en kandidaat officieren die binnen de westhoek actief zijn. Tot die tijd bestaat het bestuur enkel uit officieren en meestal commandanten. Het bestuur wil de werking uitbreiden en de basis van de korpsen, de brandweermannen, meer betrekken bij de werking. Een eerste stap hierin was, in 1980, het initiatief “contactmannen” Deze contactmannen worden eveneens ingezet om de drempel die er toen der tijd bestond een stuk weg te werken. De  volgende studieavonden en studiereizen worden meer en meer op maat van de pompier voorzien. Het betrekken van de basis in de werking blijkt een goede keuze, algauw komen voorstellen met thema’s voor de studieavond. Een eerste niet officier, brandweerman Antoon Gitsels uit Lo, wordt als technisch raadgever in het bestuur opgenomen.

1990  –  LEDENVERGADERING WORDT STUDIEAVOND

Bij de oprichting van de verbroedering waren er enkel vergaderingen onder de officieren uit de westhoek, na een korte tijd zag men de nood aan een algemene ledenvergadering groeien. Maar in de jaren 90 werd dit, mede door het opkomen van de elektronische communicatie, een stuk overbodig,. Er werd beslist om de ledenvergadering niet meer te organiseren en de focus meer op studieavonden te leggen.

meer info
Het begon, meer dan 65 jaar terug, als een vergadering van de officieren uit de verschillende korpsen, een paar jaar later is het omgevormd tot een officiële ledenvergadering, waarbij naamafroeping en aanwezigheid per korps een vast agendapunt was. Sedert de jaren 80 is dit gaan evolueren en werd de ledenvergadering omgevormd tot vergadering met educatief karakter. Maar dat bekt niet zo goed, vandaar de keuze om vanaf 1990 officieel voor studieavond te kiezen..
De KVBW richt jaarlijks een 2 tal studieavonden in. Rond februari organiseren we een eerste studiemoment en in het najaar rond oktober/november is er een tweede studieavond voorzien. Hierbij is vooral aandacht voor actuele thema’s maar ook nieuwe en/of andere technieken binnen de brandweer worden niet gemeden.
In dit systeem van “bijscholing via studieavonden” was en is de verbroedering waarschijnlijk een pionier, want voor zover we kunnen achterhalen gebeurt dit, op deze schaal en met deze frequentie, nergens anders in België. Sedert de brandweerhervorming, zijn ook de permanente vorming en voorgezette opleiding geïntroduceerd, waardoor bijscholing van de brandweermannen een must is geworden. Als KVBW willen we ons steentje bijdragen en meehelpen de kennis en kunde van onze brandweermannen te verbeteren. Daarbij zijn onze, ondertussen traditionele, studieavond een ideale tool. Er wordt voor alle studieavonden, via de brandweerschool, een aanvraag voor voortgezette opleiding ingediend bij het kenniscentrum.
We proberen ook zoveel als mogelijk thema’s te kiezen die zowel voor brandweer als ambulance in aanmerking kunnen komen. Hierdoor proberen we ook de banden tussen ambulance en brandweer te versterken.
Daar het sociale aspect bij de stichting van de KVBW een zeer belangrijk punt was en dit ook in de standregels uit 1956 blijkt, houden we er ons op vandaag nog altijd aan om dit sociale luik te respecteren. Daarom organiseren we onze studieavonden altijd in samenwerking met een post en in de kazerne van die post. Het is voor ons ook zeer belangrijk dat er tijdens een studieavond contacten gelegd worden onder de manschappen, een pauze bij een studieavond is daarvoor een ideale gelegenheid.

1993  –  NIEUWE INITIATIEVEN WORDEN UITGETEST

Het sociale contact tussen de manschappen van de verschillende posten verbeteren is een van de doelstellingen van de KVBW. Zo nu en dan probeert het bestuur iets nieuws om dit sociale contact aan te zwengelen. in 1993 organiseerde de verbroedering een humor souper in Koksijde. Een feestmaal doorspekt met optredens van humorist Oscar, die er een waaier van kluchten, grappen en vertellingen brengt, zo omschreef men het in die tijd op de uitnodiging.

1995  –  DE KROON OP HET WERK

De verbroedering bestaat ondertussen 50 jaar

  • De titel Koninklijke wordt aangevraagd
  • De westhoek voldoet aan alle vereisten en ontvangt op 29 september 1995 de titel Koninklijke è de officiële naam wordt nu de Koninklijke Verbroedering Brandweerkorpsen Westhoek of kortweg KVBW
meer info
De machtiging tot het dragen van de titel “KONINKLIJKE VERENIGING” werd aan de “Verbroedering Van Brandweerkorpsen Uit De Westhoek” door Zijne Majesteit Koning Albert II verleend op 29 september 1995
Deze hoge titel wordt enkel en alleen toegekend aan maatschappijen die hebben kunnen bewijzen dat zij gedurende minstens vijftig jaar een doorgedreven werking aangehouden hebben. De betrokken vereniging moet ofwel van culturele of van maatschappelijke/sociale aard zijn. Van de leden wordt er verwacht dat zij van onberispelijk gedrag zijn. De brandweer is door haar werking en met al haar nevenactiviteiten gericht op het lenigen van de maatschappelijke noden.
Na een grondig onderzoek, ingesteld door de Gouverneur van de Provincie West Vlaanderen bij de verschillende burgemeesters van de aangesloten gemeenten en na een nauwkeurig nazien van de voorgelegde archiefstukken in verband met de stichting, de aard van de werking en de verrichte prestaties, werd een gunstig advies uitgebracht bij het Koninklijk Hof.
De bekroning van 50 jaar intense werking door Zijne Majesteit de Koning, werd hiervan het gevolg
Dit erebewijs door het Staatshoofd is iets unieks in de Belgische brandweerwereld. De overkoepelende organen, nl. de Koninklijke Belgische Brandweerfederatie en de Koninklijke Provinciale Brandweerbonden, die deze titel reeds vroeger verworven hadden, worden nu gevolgd door de kleinste, maar meest actieve onderafdeling, “DE WESTHOEK”
Het dagelijks bestuur werd door de Provinciegouverneur Dhr O. Vanneste, uitgenodigd om zich op 5 december 1995 te 11 uur aan te bieden in het Provinciaal Hof te Brugge.
Daar werd tijdens een receptie, door de Gouverneur, in naam van de Koning, de Koninklijke Oorkonde plechtig overhandigd en werd er een eremetaal, geschonken door het provinciaal bestuur, ter hand gesteld aan voorzitter Olt Johnny Devey, in tegenwoordigheid van ondervoorzitter Kpt Frank Vanixe, secretaris Lt André Vanden Auweele en raadgevend bestuurslid Ere-Kdt Germain D’Haveloose.
Dit 50 jarig jubileum moest door alle leden gevierd kunnen worden. Dit gebeurde, met veel luister, op 5 april 1996 in de zaal Witte Burg te Oostduinkerke met een prachtig banket. Als gemeente waar dit jubileumfeest doorging werd niet zomaar Oostduinkerke gekozen.
Oostduinkerke is de gemeente waar de verbroedering werd gesticht, en de (toen nog in leven zijnde) de stichter Ere Kdt Marcel CLOET, destijds dienstchef was. Zijn tegenwoordigheid werd toen op prijs gesteld. Aan hem werd een herinneringsgeschenk aangeboden.
Tot spijt van wie het benijdt en niettegenstaande er af en toe een tegenwerking was van bepaalde brandweerdiensten, heeft de Koninklijke Verbroedering van Brandweerkorpsen uit de Westhoek haar bestaan en nut bewezen. Vooral gericht tot de “gewone” pompiers, wordt deze vriendenkring algemeen gewaardeerd en bewonderd. Wij zijn misschien wel wat chauvinistisch, maar we mogen fier en gelukkig zijn te mogen beweren dat de Westhoek:
· bij aanvang er zekerlijk hoogst-nodig was;
· Gedurende gans haar bestaan zeer veel verwezenlijk heeft;
· De aanleiding was van verschillende nuttige beslissingen, later door de Hogere Overheid genomen;
· De vriendschap onder de korpsen in de verre Westhoek heeft bevorderd en in stand gehouden
· En nu, na al die jaren, nog steeds de toon aangeeft bij de brandweerdiensten.

Een halve eeuw is voorbij………………………
Nu op weg voor een nieuwe 50-jarige werking

Zo schreef, op 10 oktober 1996, Ere-Kdt en pionier van de Westhoekverbroedering, Germain D’Haveloose

1998  –  DE WERKING LOOPT OP WIELTJES

De werking van de verbroedering blijft succesvol en er wordt naar hartenlust gereisd en gefeest. Op de 2 daagse familiereizen en jaarlijkse feestbanketten komen zonder problemen tot 150 man af. Het sociale aspect en de vriendschappelijke banden binnen de brandweerkorpsen stond hoger als ooit in het vaandel.

2004  –  VOORSTEL TOT ZONEVORMING

Er worden, na de gas ramp van Gellingen, vragen gesteld betreffende de samenwerking en organisatie binnen de hulpdiensten. Men noemt dit “een zonevorming dringt zich op”. Er wordt ook nagedacht over de opleidingen binnen de brandweer en men komt tot de vaststelling dat “bijscholing” noodzakelijk is.

Mogen we stellen dat de KVBW hieromtrent reeds jaren terug initiatieven nam en de samenwerking tussen de korpsen van de westhoek, die men nu zonevorming noemt al meer dan een halve eeuw bestaat. Ook wat de bijscholing betreft is en blijft de KVBW een pionier door reeds vanaf zijn ontstaan in te zetten op het verhogen van de kennis onder de brandweermannen, de studieavonden van de KVBW die anno 2020 nog altijd georganiseerd worden zijn daar het levende bewijs van.

2009  –  KVBW GAAT MEE IN HET DIGITALE TIJDPERK

Begin 2009 beslist het bestuur om ook via het World Wide Web bereikbaar te zijn. Er wordt gekozen om de naam www.brandweerwesthoek.be te verbinden met de KVBW. Deze beslissing blijkt een succes te zijn, en we zien het bezoekers aantal in stijgende lijn gaan. Er is blijkbaar veel interesse in de geschiedenis van de verbroedering.

2015  –  ZONEVORMING IS REALITEIT

Op 1 januari 2015 is het dan zo ver, de brandweerzone westhoek wordt officieel boven de doopfond gehouden. Ook voor de KVBW was de zonevorming ingrijpend. Waar er vroeger rechtstreeks met de gemeentebesturen werd samengewerkt en de werkingskosten via een gemeentelijke bijdrage gedragen werden is dit door de zonevorming niet meer mogelijk.

In de aanloop naar de officiële start van de zones waren er tussen het KVBW bestuur en de pre zone raad een aantal gesprekken. Dit is in eerste instantie niet positief verlopen. Er waren toen wat onenigheden, hoofdzakelijk had dit te maken met de domain naam “brandweerwesthoek” die eigendom was van de KVBW.

Kort na de officiële start van de brandweerzone waren er opnieuw  gesprekken tussen de zonecommandant de voorzitter van de verbroedering. Er was vrijwel onmiddellijk een overeenkomst voor wat betreft de werkingskosten. Wat betreft de domain naam is er een compromis gevonden. Sedert maart  2017 is deze officieel overgedragen aan de brandweerzone. Vanaf dan kan de KVBW bezocht worden via verbroedering-brandweerwesthoek.be

2018  –  SAMENWERKING

Zoals het binnen de familie van hulpdiensten moet is en blijft samenwerking een zeer belangrijk gegeven, en dit niet alleen in noodgevallen. Sedert de officiële start van zone westhoek zijn er stappen gezet om de werking van de KVBW en de zone op elkaar af te stemmen.

Ook met brandweer West Vlaanderen zijn er afspraken gemaakt. De fundamenten voor samenwerking staat ook daar klaar. De toekomst ziet er goed uit.

2020  –  KVBW 75-jaar jong

30 september 2020, de KVBW mag 75 kaarsjes uitblazen; MAAR er duikt een spelbreker op.

In dit feestjaar, of wat het zou moeten worden, staat de wereldwijde Corona pandemie alles en iedereen in de weg. Hierdoor wordt een groots verjaardagsfeest onmogelijk.

Tot overmaat van ramp ontstaan, net in deze septembermaand, problemen met de goede verstandhouding tussen de KVBW en brandweerzone Westhoek. De afspraken uit 2017 omtrent de samenwerking worden door de leiding van de brandweerzone in vraag gesteld. Het grootste discussiepunt zijn de werkingskosten. Ook de eisen omtrent het verder inrichten van studieavonden worden ter discussie gesteld door de zoneleiding.

De verdere werking en toekomst van de KVBW wordt hierdoor onzeker.

2021 – SABBAT-jaar

Gezien de “corona-situatie” bij de start van het jaar 2021 is er weinig tot geen zicht op de toekomst, als KVBW zijn we genoodzaakt om het 2-jaarlijks feestmaal (van maart) af te gelasten.

Onzekere toekomst, plannen maken is quasi onmogelijk, het bestuur beslist om een sabbat jaar op de agenda te plaatsen. Voor de eerste maal in de 75 jarige geschiedenis wordt dergelijke beslissing genomen.

oktober 2021 ==> plannen om de werking stilaan terug op te starten worden gemaakt. Plan is om in het voorjaar (eind maart) van 2022 het traditionele feestmaal terug te organiseren, Helaas lukt het ons niet meer om dergelijke zaken op poten te zetten, de corona-moeheid ligt hier aan de basis. Ook de samenwerking met de brandweerzone loopt voor het ogenblik niet. hierdoor duurt het sabbat jaar langer dan verwacht en staat de werking van de KVBW voor het ogenblik op OUT.